Japanse groetceremonie

 

Japanse begroetingsceremonie/ (korte) meditatie vlak voor- en ná elke karate les

Het voor elke karateles kort mediteren zorgt ervoor dat zowel de karateleden als de leraar, zich een hele karateles puur op het karate kunnen richten/ concentreren, en de dagelijkse bezigheden tijdens de karateles op de achtergrond komen.

Omgekeerd zorgt de korte meditatie ná een karateles ervoor dat men het karate weer laat rusten, en men zich weer kan richten op de normale dagelijkse bezigheden.

 

De Japanse groetceremonie, hoe werkt dat nou?

De Japanse groetceremonie bestaat uit een 8 tal stappen die telkens voor- en na elke karateles op dezelfde manier worden doorlopen. Tijdens de groetceremonie geeft de hoogst gegradueerde of (indien de hoogst gegradueerde dit (nog) niet kan) de leraar zelf, een aantal commando’s (SeizaMokuso, Mokuso yame, Shomen ni rei, Sensei ni rei, Otagai ni rei en Kiritsu) om de groetceremonie te begeleiden.

 
Musubi dachi: voeten in de V-vorm; voordat de daadwerkelijke groetceremonie begint, gaan eerst alle karateleden naast elkaar staan waarbij de hoogst gegradueerde aan de linkerzijde van de leraar staat en de lagere gegradueerde daarnaast. Iedereen (ook de leraar) staat met de voeten in de V-vorm en laat de armen ontspannen naast het lichaam hangen.
 

  1. Seiza: formele kniezit; Op het teken van de ‘Seiza’ gaat eerst de leraar(en) zitten, daarna de hoogst gegradueerde van de karateleden, pas daarna de andere karateleden (het geheel dient eruit te zien als een soepel lopende ritssluiting van hoge gegradueerde naar de lagere gegradueerde)
  2. Mokuso: begin van de (korte) meditatie, waarbij iedereen de ogen sluit; De geest wordt hierbij ‘leeg’ gemaakt.  U/ uw kind laat de beslommeringen van de dag los en u/ uw kind bereidt zich geestelijk/ mentaal voor op de karateles, om tijdens de karateles optimaal geconcentreerd te kunnen trainen
  3. Mokuso yame: einde van de meditatie; Iedereen opent de ogen weer, waarna de leraar zich omdraait in de richting van de Shomen (de plek waar de foto van de grondlegger Gichin Funakoshi, zich bevind)
  4. Shomen ni rei: groeten naar/ voor Grootmeester Gichin Funakoshi, de grondlegger van het Shotokan Karate-do stijl; Nadat de leraar zich heeft omgedraaid, buigt iedereen naar de Shomen
  5. Sensei ni rei: groeten naar/ voor de leraar; De leraar draait zich eerst om met zijn of haar gezicht naar de groep toe, waarna iedereen buigt en iedereen het woord ‘osu’ uitspreekt (wordt uitgesproken als “Oss”)
  6. Otagai ni rei: groeten naar/ voor alle aanwezigen; Behalve de leraar buigt iedereen nog voor de laatste maal waarbij alleen de karateleden het woord ‘osu’ uitspreekt
  7. Kiritsu: verzoek om op te staan; Iedereen staat weer op, in dezelfde volgorde en op dezelfde manier als aan het begin van groetceremonie
  8. Oss: groeten; Iedereen maakt een buiging waarbij wederom het woord ‘osu’ door iedereen wordt uitgesproken